“Good water,
good life. Poor water, poor life. No water, no life.” zei Peter Blake. En
dat geldt ook aan boord van een jacht dat verre reizen maakt.
Aan boord van Ritme hebben we vierhonderd liter drinkwater bij
ons: honderdzeventig liter verdeeld over drie tanks, honderdveertig liter
in vaatjes van tien liter en negentig liter noodrantsoen. Zeilend verbruiken
we met ons drieën voor drinken, tandenpoetsen, wassen en koken acht
liter drinkwater per dag, op ankerplaatsen het dubbele.
Zodra een tank leeg is, vullen we deze bij met de goed te tillen vaatjes
van tien liter. En wanneer we de kans hebben gaan we met de lege vaatjes
in de bijboot op drinkwaterjacht.
Daar waar mensen wonen is drinkwater, dus het vinden van een tappunt, al
dan niet gratis, is meestal geen probleem. Een hoogst enkele keer is het
water schaars, zoals op de Kaap Verden, of alleen als kostbaar flessenwater
te verkrijgen. Hopen dan maar op een jacht met watermaker of een stevige
regenbui. Met een opvangzeiltje kan zo’n bui een grote bijdrage leveren
aan de watervoorraad. Vang het water wel eerst op in vaatjes voor het de
tanks in gaat, want soms is de regen erg vervuild.
Om nieuw verworven drinkwater bacterievrij te maken voegen we aan de volle
vaatjes desinfecterend poeder toe.
Een watermaker hebben we niet, en dus ook geen onderhoud en investeringen.
Hadden we er een gehad, dan begonnen we nog steeds met volle drinkwatertanks
aan een lange oversteek, daar je nooit 100% kunt vertrouwen op een apparaat.
We zouden dan wel minder moeite hoeven doen om die tanks vol te krijgen.
Voor wie naar het Caribische gebied gaat, is een watermaker overbodig. Het
betreft maar een paar lange oversteken en drinkwater is rondom de Noord
Atlantic gemakkelijk te verkrijgen. Wie verder zeilt kan de aanschaf overwegen.
Het kan prima zonder, maar je bent wel vaak aan het slepen met het vloeibare
goud der aarde. |
| |
We vangen regenwater op met de zonnetent. |
|