De ultieme vrijheid van het oceaanzeilen kent een paar beperkingen.
Een daarvan is de menselijke drang tot communiceren. Even laten weten dat
alles goed is en lezen hoe het thuis gaat. De briefpost was lang het aangewezen
medium, maar de enveloppes van weleer zijn vervangen door e-mail.
“Onder elke dikke palmboom staat tegenwoordig een internetcafé”,
zei een ex-vertrekker ooit, en hij heeft daarin aardig gelijk. Vrijwel overal
waar mensen wonen is internet te vinden. Soms gratis, meestal betaald. Acht
euro voor dertig minuten is niet ongewoon op een tropisch eiland. Om de
kosten een beetje in de hand te houden schaften we onderweg voor tien euro
een oude laptop aan. Daarop schrijven we aan boord de e-mails, en nemen
ze op flop mee naar een internetcafe om ze te versturen. Ontvangen e-mailtjes
zetten we ook op flop, en we lezen ze pas aan boord.
Zo’n internetcafé is er in allerlei vormen. Een echt café
met bar, een leslokaal, een splinternieuwe gelegenheid die helemaal @ is,
een krakkemikkige tafel onder een palmboom of een hok achter in de supermarkt.
Voor de boten die een SSB-ontvanger/zender aan boord hebben, ligt het anders.
Die kunnen gewoon zeilend op de oceaan e-mailen met het thuisfront tegen
een zeer betaalbaar tarief. En voor bij wie het niet op kan, zijn er satellietsystemen
in de lucht gehangen, om contact met de zaak en de beurs te kunnen houden.
Na een oceaanoversteek even bellen dat je aangekomen bent is meestal ook
geen probleem. Internationaal telefoneren kan bijna overal ter wereld, en
collect call vallen de kosten reuze mee. Serieus, de ontvanger in Nederland
betaalt meestal veel minder voor het telefoontje dan wanneer de beller op
het tropische eiland afrekent. |
| |
Voor onderweg kochten we een oude laptop. |
|