Bij vertrek was de Ernie, ons ruim twee meter lange opblaasbootje, spiksplinternieuw.
In een wolk van talkpoeder kwam hij uit de zak, smetteloos en onbeschadigd.
Een paar ankerplaatsen later echter opende ik de bijgeleverde tube reparatielijm
voor het eerst om een plakker over een diepe kras te plakken en na een jaar
van intensief bijbootgebruik was de tube reparatielijm op. Gelukkig hadden
we een extra tube opblaasbootlijm meegenomen, maar al snel bleek dat deze
lijm niet werkte. In tegenstelling tot de originele reparatielijm, die het
kunststof week maakte waardoor de plakker ‘versmold’ met Ernies
huid, kon je de gewone opblaasbootlijm er na droging zo weer afpeuteren.
Pogingen met epoxy, tweecomponentenlijm en zelfs kit mochten niet baten:
de reparatieplakkers bleven loslaten, ondanks grondig schoonmaken, ontvetten
en opruwen. De enige lijm die goed werkte was de originele reparatielijm,
maar die was nergens te krijgen.
Totdat ik een jaar later terechtkwam bij een Australisch keuringsstation
voor reddingsvlotten, waar ze ook opblaasboten repareren. De man die ons
vlot keurde begon te lachen toen ik hem vertelde over mijn zoektocht naar
fatsoenlijke reparatielijm voor ons inmiddels aftandse bijbootje.
‘Bootjes van die fabrikant zijn gemaakt van een soort zacht PVC, dan
moet je 704 hebben. Was het nou neopreen of hypalon/neopreen geweest, dan
had je met de 506 of de 209 moeten lijmen. Maar loop even mee.’ Hij
nam me mee naar een paar grote vaten met aftapkraantjes en vulde een jampot
met lijm en een flesje met speciale ontvetter. ‘Dit spul werkt wel,
en als je nog meer nodig hebt, dan hoor ik het wel. Succes ermee!’
Sindsdien is er aan boord van de Ritme goede, speciaal voor Ernies tere
huidje geschikte lijm aanwezig, en het mooie is: keuringsstations voor reddingsvlotten
zijn overal ter wereld te vinden. |
| |
Loslatende stukken zacht pvc op de vloer van
Ernie. |
|
Reparatieplakkers op buitenkant van de bodem. |
|